Declamatie door Annemarth Hiebendaal op 15 augustus 2006 bij het Indisch Monument te Den Haag.

 

‘De beleving van een herdenking van een zeventienjarige’

 

Wij zijn hier bijeen om de mensen te herdenken, die tijdens de Japanse bezetting in voormalig Nederlands-Indië zijn omgekomen. Vandaag wordt ook de capitulatie van Japan gevierd, die vandaag 61 jaar geleden plaatsvond.

Bij deze 15 augustusherdenking ligt de nadruk echter duidelijk op de herdenking van de overledenen tijdens de Japanse bezetting.

 

Toen ik vroeger over een bezetting hoorde, deed me dat eigenlijk vrij weinig. Wat was een bezetting eigenlijk? Ik kon me er nauwelijks een voorstelling van maken.

Toen ik vroeger over een oorlog hoorde, deed me dat veel meer. Bij een oorlog dacht ik aan iets afschuwelijks. Een gevecht tussen twee verschillende groepen, die elkaar met wapens proberen te vernietigen. Bij een oorlog kreeg ik ook altijd een beeld voor me van een heleboel doden.

Van jongs af aan leerde ik veel over de Tweede Wereldoorlog. Over de Duitse bezetting in Nederland, de jodenvervolging en de kampen waarin de joden opgesloten en omgebracht werden. Maar wat ik nou eigenlijk zo gek vind, is dat ik nauwelijks iets over de oorlog in Nederlands-Indië gehoord heb! De oorlog die zich aan de andere kant van de wereld afspeelde, en waar men over het algemeen veel minder van afweet. Waarom?

 

Ik las het levensverhaal van Dolf Spruit, dat hij als titel ´De verzwegen oorlog´ had gegeven. Die titel spreekt aan, omdat het de waarheid is. De oorlog en de bezetting zijn verzwegen, genegeerd. Niet alleen door de Nederlandse regering en het keizerrijk Japan, maar vaak ook door de overlevenden, die in Nederland terugkeerden.

Veel slachtoffers wilden of konden er ook niet meer over praten. Men ging door met zijn leven, en probeerde alles zo snel mogelijk te vergeten.

Over de oorlog is zo weinig gesproken, zoveel verzwegen. Voor de slachtoffers, die de Japanse bezetting hadden overleefd, was dat vaak lijfsbehoud. Maar voor de regeringen en overige Nederlanders gold dat laatste niet. Ik vind dat een slechte zaak. We mogen deze oorlog en bezetting niet vergeten! We moeten ze, zoals vandaag, blijven herdenken!

In deze oorlog zijn zoveel onschuldige mensen gestorven. Mensen werden in kampen gestopt en van hun familie gescheiden. Er waren mannen- en vrouwenkampen, en in beide leefde men in slechte omstandigheden. De mensen kregen nauwelijks te eten, moesten keihard werken, leefden in onzekerheid, en misschien nog wel het ergste, werden door de Japanse soldaten gekleineerd.

 

Wat mij van al de verhalen het meest raakte, waren die over de troostmeisjes. Op school kwam mevrouw Hamer ons wat vertellen over deze meisjes. Toen ik naar het verhaal luisterde kreeg ik een ontzettend naar gevoel.

Ik denk dat de troostmeisjes me zo raken, omdat ik zelf ook een meisje ben. Ik heb me geprobeerd voor te stellen hoe het moet zijn geweest, maar ik zal u eerlijk vertellen, dat is onmogelijk. Ik, als meisje van zeventien, kom uit zo´n veilige omgeving, dat ik me daar moeilijk in kan verplaatsen. Ik probeer me wel in te denken hoe het moet zijn geweest, en ik denk dat die ervaring zo erg was, dat deze moeilijk in woorden uit te drukken is.

Meisjes, die uit de kampen werden gehaald, bij hun moeder vandaan werden geplukt en in een bordeel te werk werden gesteld. Ze moesten daar dag en nacht klaarstaan voor de Japanse soldaten, ze moesten gehoorzamen, en werden dag en nacht misbruikt. Ik vind dat zo ontzettend wreed. Het is onmenselijk om je medemens zo te behandelen.

 

De meisjes werden troostmeisjes genoemd, omdat ze bedoeld waren om de Japanse soldaten te troosten. Zij die echter troost zochten maakten slachtoffers, die nooit meer getroost konden worden.

Wat ik ook heel erg vind, is dat de meisjes van de Japanners niets mochten zeggen over wat er gebeurd was. Als je als meisje terugkwam in het kamp, werd je goed in de gaten gehouden. Je mocht het niet eens je eigen moeder vertellen!

Veel meisjes wilden of konden er ook niet eens meer over praten. Ze wilden het zo snel mogelijk vergeten. Het erge is, dat een ervaring als deze, niet te vergeten is! Het zal je altijd blijven achtervolgen, je hele leven lang. Nachtmerries en angst voor lichamelijk contact zijn hiervan het gevolg. Sommige vrouwen moesten zelfs allerlei operaties ondergaan om nog kinderen te kunnen krijgen, omdat ze in hun tijd in het bordeel een abortus hadden moeten ondergaan.

De meisjes werden vaak bij terugkomst uitgescholden voor ‘Jappenhoer’. De meeste meisjes schaamden zich zo erg, dat ze er nooit iets over hebben willen zeggen. Ik vind het heel erg, ze zich schaamden voor iets waar ze zelf nooit voor hebben gekozen!

Ik heb veel aandacht aan de troostmeisjes geschonken, omdat ik vind dat op deze dag nog eens extra bij hen stil moet worden gestaan!

 

De schade die een oorlog toebrengt aan mens, dier, natuur en infrastructuur is immens. De schade die het langst voort duurt, is het geestelijke leed, dat aan de overlevenden, direct of indirect, is aangedaan. Toch denk ik dat er ook iets positiefs uit een oorlog voortvloeit.

We kunnen en moeten de oorlog immers ook als een les zien. We hebben ervaren wat een oorlog voor ellende meebrengt en weten dus waarnaar we moeten streven om toekomstige oorlogen te voorkomen. Ik vind dat mijn generatie er alles aan moet doen om een oorlog als in Nederlands-Indië plaatsvond, niet nogmaals te laten gebeuren.

Ik denk, dat zij die overleden zijn tijdens en na de bezetting, dat alleen maar zouden toejuichen!