Openingstoespraak van dhr. J. van Bodegom op 15 augustus 2006 in het WFCC te Den Haag.

 

Excellenties, dames en heren, heel hartelijk welkom. Wat hebt u ons verrast. Dacht het bestuur dat na onze bijzondere bijeenkomst van vorig jaar de zaal vandaag matig gevuld zou zijn, kijk nu eens, zóveel ……. gasten.

Een geweldige stimulans om door te gaan, een opkikker van jewelste.

 

In ons midden is mijn voorgangster Lia Folmer. Graag wil ik haar namens het bestuur bedanken in uw bijzijn. Dank Lia voor je inzet en toewijding gedurende de afgelopen vijf jaar. Het bijbehorende bloemetje houd ik om praktische reden nog even achter. Dat krijg je na afloop.

 

Dank wil ik, bij wijze van uitzondering op een moment als dit, ook brengen aan al onze vrijwilligers, die jaar in jaar uit hun onmisbare diensten op deze dag aanbieden. Dank ook aan de instanties die de organisatie van onze herdenking financieel mogelijk maken. Allereerst de staatssecretaris van VWS, mevrouw Ross. Zij hoopt vanmiddag in ons midden te zijn. De samenwerking met haar departement is uitstekend en wij zijn daarvoor haar medewerkers dankbaar.

Ook de SFMO en de Bank Giro Loterij danken wij voor hun financiële hulp.

 

Om nu geen stiefkinderen te maken ontkom ik er niet aan om een enkel woord te zeggen over mijn medebestuursleden en onze adviseurs. Sinds een jaar mag ik in hun midden zijn. Ik voel me daar senang en ben onder de indruk gekomen van wat er door hen en onze chef de bureau voor bergen werk worden verzet. En dat vaak tezamen met ons aller Pelita, dat ons met raad en daad terzijde staat en zeer ter wille is. Ik dank u allen, die elk jaar weer meewerken om deze 15e augustus tot een gedenkwaardige dag te maken, zowel “binnen” als “buiten”.

 

Vijftien augustus, een unieke combinatie van een traan en een lach op één dag. Een belangrijke herdenking hier in Den Haag van het einde van de Tweede Wereldoorlog. Vandaar, dames en heren, dat er op zo’n dag heel wat officiële vertegenwoordigers in ons midden zijn: van bevriende naties uit de oorlogsdagen, ons parlement, onze regering, ministeries, provincie en gemeente. Maar ook van instellingen die zich vrijwel dagelijks met Indië bezighouden. Ik ben blij dat zij ook vandaag weer in ons midden zijn.

Dit was een lange inleiding. Ik vond het echter nodig deze zaken de revue te laten passeren.

 

Daar zit u dan. Nog steeds ijzersterk. Het lijkt wel een djatibos. Weliswaar soms zuchtend en steunend maar nog steeds recht op in het hout. Kamp en Nederlandse stormen getrotseerd, aardig gedund hier en daar, maar we hebben het overleefd. En dat is best een complimentje waard.

 

Vijftien Augustus

Keer op keer herdenken wij

Allen die vielen.

 

Allen, de slachtoffers, de onschuldigen, wij eren hen.

Hoe kan het toch zijn dat sommigen de aanstichters van de oorlog eren? Zowel in Europa als in Azië. De aanstichters, voor mij nog steeds verantwoordelijk voor de onvergeeflijke misdaden, zinnebeelden van het kwaad. Absurd, een reden voor bezorgdheid en permanente aandacht.

 

Ik ben er echter van overtuigd dat degenen, die nog met heimwee aan de oorlog terugdenken vroeg of laat de kous op de kop krijgen. Volgens mij heeft de Indische gemeenschap in de negentiger jaren voldoende kousen op de pen gezet om er nog eens iets mee te doen. Weet u het nog? Dat gemor over het statement “De kous is af”? Nee zei de Indische gemeenschap. Om de dooie dood niet. En zie, op eigen initiatief verscheen er plots een prachtig logo: de op pennen gezette kous waaraan verder gebreid kon worden. Moest worden. Want de kous was nog lang niet af.

Mede door die houding hebben wij als gemeenschap er toe bijgedragen dat de herinnering aan WO II levend moet blijven met als voornaamste doel, naar mijn mening, het keer op keer onder de aandacht brengen van de grondwaarden waarop wij onze democratie gevestigd hebben. De basis van ons bestaan dient recht overeind te blijven.

Het is wel eens moeilijk mensen, die de oorlog hebben meegemaakt, dat duidelijk te maken. Kritisch en waakzaam want voordat je het weet zijn er weer lieden aan het roer, die anders beslissen en in hun land vroeger of later de onschuldigen treffen.

Ook in “Den Haag” is de boodschap doorgedrongen. De directie van VWS, die zich met de oorlogsgetroffenen bezighoudt, heet sinds een jaar “Oorlogsgetroffenen en herinnering WO II”.

 

Aan die herinnering kunnen velen van u wellicht nog een belangrijke bijdrage leveren. Wat is het geval? Over vier jaar is het 65 jaar geleden dat WO II eindigde, dat wil zeggen er werd niet meer gevochten tussen de geallieerden en Japan. Kan dan 2010 iets met pensioen van de oorlog te maken hebben? Ja, in zoverre dat je bij pensioen vaak aan rust denkt. Die oorlog, dat einde zullen we nooit vergeten, maar een beetje meer rust. Voor al diegenen, die deze oorlog nog dagelijks als een meer of minder loden last om hun schouders hebben hangen, zou wat meer rust mooi meegenomen kunnen zijn.

Goed, we weten al aardig wat van wat er zich in grote lijnen heeft afgespeeld. Wat we voor het allergrootste deel nog niet weten zijn de unieke persoonlijke belevenissen. Dat, wat u zelf heeft meegemaakt. Daarover is nog steeds bitter weinig bekend buiten kleine kring.

Bij het bestuur is de gedachte opgekomen om de pensionado over vier jaar een cadeau aan te bieden. Uw verhaal, of dat van uw ouders, mochten die niet meer in leven zijn, of uw overleden familieleden, van wie u toevallig het verhaal kent. Het is nog maar een gedachte……

Als u vindt, dat uw verhaal niet in de openbaarheid mag komen, zullen wij ervoor zorgen, dat het in een gesloten archief komt. Het is belangrijk dat het zwart op wit komt.

Uw verhaal opschrijven of laten opschrijven kan voor u zelf, maar ook voor uw kinderen of vrienden een bijzondere ervaring zijn. Uiteindelijk zal de hele Indische gemeenschap u daarvoor dankbaar zijn. Daar is mijn verhaal, zorg ervoor dat het nooit weer gebeurt!

Schrijf het van u af. Denk aan Shakespeare die dichtte:

 

Geef woorden aan uw leed

Verzwegen smart

Breekt met zijn fluisteren

Het bezwaarde hart.

 

Mijn vroegere biologieleraar zei mij eens: “Joost, als je het niet opschrijft is het nooit gebeurd”. En we willen toch niet dat het niet gebeurd is?

Als ons “schrijfidee” aanslaat, het is overigens al meerdere keren in het verleden geopperd door ondermeer onze erevoorzitter Rudi Boekholt, dan kan er rust ontstaan voor u zelf, en u bent de enige die daarvoor kan zorgen. Wij zullen dan proberen een deel van de verhalen te bundelen en wellicht uit te geven. Een schriftelijk monumentje voor de jarige.

Ik ontmoet steeds meer mensen, die een paar jaar geleden er nog niet over piekerden om hun lotgevallen op te schrijven. Zij werken er nu, dikwijls op verzoek van kinderen en/of kleinkinderen en vaak met hun hulp, met veel plezier aan. Soms kan het goed wanneer u antwoord geeft op vragen van familieleden. Het kan zelfs een soort verzoening tot stand brengen. Met de vijand? Nee met u zelf. En daarmee is de basis gelegd voor uw rust. Nu al, maar zeker over vier jaar. Via onze website www.indieherdenking.nl en anderszins zullen we u op de hoogte houden.

 

Ik wens u een zinvolle herdenking toe en een geslaagde reünie.

(Gesproken woord geldt)