Gehandicapte knel tussen prioriteiten

door Ad Heijstek, Dirk Albert Prins en Johan van Veelen

Ambstdragers en gemeenteleden moeten keuzes maken uit een veelheid van zaken die de aandacht vragen. Toch zijn er signalen dat de problematiek van mensen met een handicap niet de prioriteit krijgt die het verdient.

Veel ouders van kinderen met een beperking klagen dat er vanuit de kerkelijke gemeente te weinig aandacht is voor hun probleem. Of: hebben het gevoel dat ze meer aandacht verdienen dan ze krijgen; want voor velen is het motto 'niet klagen maar dragen'. Aan de andere kant vertellen gemeenteleden en kerkenraden dat er al veel gebeurt voor mensen met een beperking, er is zelfs een aparte vereniging voor. 'We kunnen toch niet alle verdriet compenseren?' Wat is er aan de hand?

Misschien gebeurt er inderdaad wel veel, maar sluit dit te weinig aan bij de behoeften van het gemeentelid met de beperking, of bij het verdriet en de moeite van hun omgeving. Eigenlijk heel jammer: goedbedoelde inspanning die het tegenovergestelde beeld oproept. Wie zit er dan naast, de gever of de ontvanger?

Je mag een gegeven paard niet in de bek kijken, leerden we al vroeg op school. Aan de andere kant moet je je als gever ook verdiepen in wat de ander graag zou willen ontvangen. Het verlanglijstje met een verjaardag of sinterklaas illustreert dat voldoende, om geen pijnlijke voorbeelden te noemen. Toch gaat dit nogal eens verkeerd in de kerkelijke gemeenten. De kern van het probleem is dat er te vaak wordt gedacht voor de ander, in plaats van te luisteren naar de ander. Dit komt overigens in veel meer pastorale en diaconale situaties voor, niet alleen bij ambtsdragers, maar ook bij gemeenteleden. Complicerend is dat de vrager niet altijd vraagt wat het beste zou zijn in de situatie. Iemand met een tekort aan geld kan in sommige situaties meer geholpen zijn met feedback op het uitgiftepatroon dan met aanvulling van het inkomen. Centrale vraagstuk is: Waar is de ander echt mee geholpen?

Omzien
In de gemeente ben je aan elkaar gegeven om naar elkaar om te zien. Dat betekent: niet langs elkaar heen leven, en bij problemen te verwijzen naar externe probleemoplossers. Maar: je in elkaar inleven, je verdiepen in eventuele problematiek en noden en, eventueel met gebruikmaking van externe hulp, samen de problemen te lijf gaan. Uiteraard in alle redelijkheid; niet alle problemen zijn op te lossen. Een handicap is meestal niet weg te nemen. Juist in die situaties is het zo belangrijk dat gemeenteleden om elkaar heen staan en elkaar troost bieden. In gereformeerde kerken hebben ambtsdragers dit expliciet in hun bevestigingsformulier staan, maar zij zijn gelukkig niet de enige die hierin een rol kunnen spelen.

Onderzoek
Op de website van het Diaconaal Steunpunt van de Christelijke Gereformeerde en Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) is een peiling gehouden over 'Aandacht voor mensen met een beperking'. Naast enkele reacties die de noodzaak relativeren, is het merendeel van de stemmers van mening dat voor de ambtsdragers een speciale rol is weggelegd rond dit onderwerp. Ook komt naar voren dat mensen met een beperking van grote waarde kunnen zijn voor de gemeente; maar ook dat het voor iemand met een beperking altijd moeilijk zal blijven zich te handhaven in onze kerkcultuur. Uit deze peiling kunnen uiteraard geen wetenschappelijk verantwoorde conclusies worden getrokken. Wel representeren ze een deel van de werkelijkheid, die alleen al daarom reden is dit onderwerp serieus op te pakken.

Voortrekkers
De ambtsdragers kunnen hierbij een voortrekkersrol spelen. Door voor te gaan in het troosten en ontdekken van gaven, maar ook in het stimuleren van onderlinge ontmoeting en uitwisseling van inzichten en gevoelens. Alleen dan kan de pastorale- en diaconale gemeente uit de patstelling in opvattingen rond mensen met een beperking (doen we genoeg, of ontvangen we te weinig) komen. En kunnen mensen met een beperking volop participeren in de vreugde van Gods volk.

Maar, er komt tegenwoordig veel af op kerken en ambtsdragers. De problematiek rond jongeren is vaak groot. Veel huwelijken staan onder druk, echtscheidingen zijn aan de orde van de dag. Ambtsdragers krijgen te maken met mensen die worstelen met homofilie. Materialisme en verslaving gaan de kerkdeuren niet voorbij. En dan zijn er ook nog mensen met een handicap en hun ouders die aandacht vragen. Het is niet verwonderlijk dat in die veelheid van zaken die aandacht vragen, keuzes moeten worden gemaakt.

Toch willen we pleiten voor mensen met een handicap. Want er zijn signalen die erop lijken te wijzen dat dit onderwerp niet de prioriteit krijgt die het verdient. Bijeenkomsten voor ambtsdragers over handicap en geloof worden relatief slecht bezocht. De ambtsdragerconferenties in Assen, Amersfoort en Rotterdam die deze weken zouden worden gehouden, werden wegens gebrek aan belangstelling afgelast. Mensen met een handicap en hun ouders ervaren weinig belangstelling van hun ambtsdragers en blijven gefrustreerd achter.

Zeker, het is niet gemakkelijk keuzes te maken. Maar de vraag blijft: zijn we ons voldoende bewust van de problematiek die er speelt rond handicaps in de kerk? Ambtsdragers krijgen een herkansing tijdens conferenties die 's avonds worden gepland.

Ad Heijstek en Dirk Albert Prins zijn diaconaal consulent in respectievelijk de Christelijke Gereformeerde Kerken en Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt). Johan van Veelen is directeur van dit Koningskind, vereniging van gereformeerde mensen met een handicap, hun ouders en vrienden.

Nederlands Dagblad, 16 februari 2008