C

 

O

 

 


                      

 

 

 

                                                                                                      Nummer 102, juni 2008

 

RIJP EN GROEN 102

 

 

 

ALLE LEZERS GEINFORMEERD OP VAKANTIE!

 

Hierbij ontvangt u Rijp en Groen nummer 102, nog net op tijd om hem uit te printen en mee te nemen in rugzak, koffer, overlevingskit of opgevouwen in uw vakantieliteratuur.

Of om op de stapel te leggen van stukken die u aangrijnzen als u weer terug bent.

In deze Rijp en Groen twee opvallende zaken:

á       Veel aandacht voor het nieuws op landelijk niveau. Het gonst, het gist, en waar het heen gaatÉÉdat zien we na de vakantie.

á       De wens van de redactie van Rijp en Groen, Nic Vos de Wael en ondergetekende, verwoord in nummer 100, wordt waarheid in dit nummer: meer mensen schrijven artikelen voor deze digitale nieuwsbrief. Fantastisch! Wie volgt? Met dank aan Marjan Schuring van LFOS, Fred Verdouw van de Vakvereniging voor Ervaringsdeskundigen, en Jenny de Jeu van het Programma Lokale Versterking.

We hopen dat deze Rijp en Groen u informeert, motiveert en inspireert.

Rest ons u toe te wensen dat uw vakantie is zoals u dat wenst.

 

Mede namens Nic Vos de Wael,

RenŽe Smulders

Voice Nederland

 

 

In deze Rijp en Groen:

¥          LFOS

¥          WMO Allerlei

¥          Onverzekerden en wanbetalers in de Zorgverzekeringswet

¥          Programma Versterking Positie Cli‘nten in de zorg

¥          Zorgzwaartepakketten

¥          Kabinet presenteert toekomstvisie AWBZ

¥          Toekomstige PGO-financiering en de GGZ

¥          Zwerfjongeren in de picture

¥          Rijp en groen en de vakvereniging voor ervaringswerkers in en om de ggz (vve)

¥          Nieuws van VO!CE

¥          Nieuws uit de regio

 

 

LFOS

 

De Cli‘ntenbond en Voice hebben LFOS gevraagd intensiever met hen te gaan samenwerken en op dat aanbod gaat LFOS graag in. Waarschijnlijk zal de naam LFOS dan ook vaker gaan vallen in het blad Rijp en Groen. Aan diegenen, die LFOS nog niet kennen, wil ik graag uitleggen waar LFOS voor staat, letterlijk en figuurlijk. Mijn naam is Marjan Schuring en ik werk voor LFOS.

 

Wat is LFOS

LFOS is de afkorting voor Landelijke Federatie Ongebonden Schilvoorzieningen. "Schilvoorzieningen" zijn voorzieningen die buiten de GGZ een veilige plek bieden aan mensen met een psychische handicap en zo een "schil" om de GGZ vormen.

 

 

Het begrip "ongebonden" duidt op de ongebondenheid ten opzichte van instellingen voor geestelijke gezondheidszorg (GGZ). In de ongebonden schilvoorziening wordt niet behandeld.

De eerste schilvoorzieningen zijn ontstaan eind jaren Ô70 begin Ô80 van de vorige eeuw. Ex GGZ cli‘nten, die buiten de instelling verder wilden gaan leven, zetten hun eigen voorzieningen op.

Er werden panden gekraakt waarin opvanghuizen werden gestart (de wegloophuizen). Daarna volgden andere voorzieningen zoals inloophuizen, informatiewinkels en werkprojecten. In 1996 hebben zij zich verenigd in de landelijke federatie LFOS, om samen sterker te staan.

De term Òongebonden schilvoorzieningenÓ was in die beginjaren een begrip, maar de term is zo in onbruik geraakt dat LFOS in 2008 alleen nog als afkorting wordt gebruikt

 

LFOS anno 2008

LFOS staat nu voor: landelijke vereniging van cli‘ntgestuurde voorzieningen voor mensen met een psychische handicap.

Het begrip "cli‘ntgestuurd" is voor LFOS een belangrijk criterium. Om lid te mogen worden van LFOS moet een organisatie kunnen waarborgen dat het project cli‘ntgestuurd is. Dit houdt in dat de wensen en behoeften van de deelnemers centraal staan bij de keuze voor de activiteiten die worden georganiseerd. Daarnaast is een vereiste dat deelnemers zeggenschap hebben over het totale beleid van de organisatie. Tenslotte is een kenmerk van een cli‘ntgestuurde organisatie dat veel van de vrijwillige en betaalde medewerkers cli‘nt zijn of ex cli‘nt en daardoor ervaringsdeskundig.

Er is een grote variatie aan type organisaties die aangesloten zijn bij de LFOS, grofweg in te delen in vijf categorie‘n:

á       Belangenbureau's en Informatiesteunpunten, waar deelnemers terecht kunnen met individuele vragen, waar voorlichtingsactiviteiten plaatsvinden en aan belangenbehartiging wordt gedaan.

á       Psychiatriecafe's, inloophuizen, huiskamerprojecten, waarbij het accent ligt op ontmoeting en lotgenotencontact

á       Maatjesprojecten, waarbij een match wordt gemaakt tussen een GGZ cli‘nt en een vrijwilliger om samen met zijn twee‘n op stap te gaan, leuke dingen te doen.

á       Arbeids(rehabilitatie)projecten waarin deelnemers weer aan het werk kunnen gaan via cursussen en bedrijven.

á       Woonprojecten zoals Wegloop- en Opvanghuizen, kleinschalige woonvormen waar GGZ cli‘nten zelfstandig kunnen wonen, begeleid door vrijwilligers.

á       Meer informatie over de lidorganisatie van LFOS is te vinden op de website www.lfos.nl.

á       onder het kopje ÒledenÓ. Via de homepage zijn daarnaast drie filmfragmenten over lidorganisaties te bekijken.

 

Wat doet LFOS

LFOS geeft informatie aan leden via website, email en post, ondersteunt leden bij organisatievraagstukken en behartigt de belangen van de leden op landelijk niveau.

Om de kwaliteit van de aangesloten lidorganisaties te kunnen waarborgen, houdt de LFOS een kwaliteitstoetsing. Zes keer per jaar legt de kwaliteitscommissie van LFOS een visitatie af bij een aangesloten lidorganisatie. Er wordt dan gesproken met deelnemers, vrijwilligers, staf en bestuur. Op basis van deze gesprekken geeft de commissie adviezen ter verbetering/versterking van de organisatie.

 

Marjan Schuring

info@lfos.nl

 

 

WMO ALLERLEI

 

Voortgangsrapportage

Op 2 juni jl. verscheen een voortgangsrapportage WMO van staatssecretaris Bussemaker. In het eerste deel stoft Bussemaker de oude WMO-idealen weer eens af. Het gaat om participatie, het gaat om eigen initiatieven van burgers, het gaat om verbindingen leggen in de samenleving. En: ÔDe WMO gaat niet alleen over problemen, maar ook over kracht.Õ Zo willen we het horen!

Nu er iets meer rust komt rond de huishoudelijke verzorging en de aanbestedingen is het tijd om aan de Ôbrede WMOÕ te gaan werken. Bussemaker zet in op versterking en vernieuwing van het welzijnsbeleid. De gemeenten moeten het natuurlijk zelf doen, maar de staatssecretaris stimuleert.

 

 

Op 25 juni is er een debat geweest in de Rode Hoed, later dit jaar volgt een landelijke conferentie en er komt een pilot ÔVernieuwend WelzijnÕ in de krachtwijken van minister Vogelaar. Die pilot richt zich vooral op professionalisering van het welzijnswerk onder gemeentelijke aansturing. Ten slotte zal de WMO-gereedschapskist verrijkt worden met nieuwe handreikingen.

 

In haar pleidooi voor een brede WMO verwijst Bussemaker naar een discussie die CGRaad, CSO en de VNG voeren over een nieuwe modelverordening WMO. Deze partijen willen het compensatiebeginsel meer vraaggericht invullen: niet meteen toetsen of iemand een claim kan doen op een WMO-voorziening, maar eerst samen het probleem verkennen en zoeken naar een oplossing die bij de persoon in kwestie past. In de woorden van Bussemaker: ÔEen integrale benadering die start bij de vraag van de burger. Liever zie ik het gesprek aan de keukentafel als startpunt voor de vraagverheldering, dan de formele indicatiestelling als claimbeoordeling.Õ

 

Lobby voor programmaÕs cli‘ntenparticipatie WMO

De programmaÕs Lokaal Centraal (algemeen, Zorgbelangen) en Lokale Versterking (voor de GGZ, MO en VO) voor cli‘ntenparticipatie in de WMO lopen eind dit jaar af. Inmiddels is er een brede lobby op gang gekomen om deze programmaÕs te verlengen.

Het Landelijk Platform GGZ en de programmaleiding Lokale Versterking pleiten daarbij voor zelfstandige verlenging van de programmaÕs voor de GGZ en de MO en VO. De verlenging met een half jaar (tot juni 2009) is zeker gesteld. Daarnaast is de inschatting dat een extra verlenging van minimaal een jaar tot de mogelijkheden behoort.

Dit voorjaar bracht het Fonds PGO een special uit met de tussenstand van beide programmaÕs:

á       Alom tevredenheid over de resultaten. Maar volgens belangenbehartigers is er nog een lange weg te gaan. Het wegvallen van de programmaÕs na 2008 zou betekenen dat de behaalde resultaten weer snel zullen vervliegen.

á       Het GGZ-programma was een Ôslow-starterÕ. Sinds maart 2007 is er actief beleid om de initiatiefgroepen te integreren in bestaande regionale platforms, bij voorkeur Regionale Cli‘nten Organisaties (RCOÕs).

á       Er is soms een zekere spanning tussen formele participatie (WMO-raad) en informele participatie. Bussemaker doet in de special een oproep voor nieuwe, creatieve manieren van lokale cli‘ntenparticipatie. De GGZ lijkt op dit punt sterker te scoren.

á       Zorgbelangen bereiken ouderen, lichamelijke en verstandelijke gehandicapten en chronisch zieken goed; ze bereiken GGZ-cli‘nten, cli‘ntenraden en mantelzorgers redelijk (volgens het fonds PGO); en ze bereiken allochtonen, dak- en thuislozen, jeugd, sociale minima en verslaafden het slechtst.

 

Meer informatie staat op www.lokaleversterking.nl  (nieuws, 5 juni 2008). Daar staat ook een link naar het  rapport van de tussenevaluatie van beide programmaÕs die het  Verwey-Jonker Instituut heeft uitgevoerd.

 

Movisie: kwetsbare burger komt er nog bekaaid af in de WMO

Het kennisinstituut Movisie verricht uitgebreid onderzoek naar de WMO en dat heeft vorige week geleid tot publicatie van het rapport De uitvoering van de WMO in beeld. Volgens Movisie biedt dit rapport Ôvoor het eerst inzicht over het bereik van de WMO over de volle breedte van het sociale speelveld.Õ

Enkele conclusies uit het rapport:

á       Professionele instellingen hebben hun onderlinge netwerken versterkt en zijn meer met elkaar gaan samenwerken. De aansluiting op (kwetsbare) burgers en hun organisaties laat echter te wensen over. Er wordt ook betrekkelijk weinig aanbod ontwikkeld voor moeilijk bereikbare en kwetsbare doelgroepen.

á       Professionele instellingen zijn niet alleen meer gaan samenwerken, maar ook meer gaan concurreren. De WMO bevordert een ÔafrekencultuurÕ; de subsidierelatie tussen instellingen en gemeenten wordt meer resultaatgericht vormgegeven.

á       Civiele burgerorganisaties – verenigingen, vrijwilligersorganisaties, religieuze verbanden – zijn nog weinig betrokken bij de WMO. Zij weten zelf nog niet goed wat ze met de WMO moeten en de gemeenten betrekken hen nog te weinig. Veel burgerorganisaties kampen met verlies aan menskracht.

á       De participatie in beleid van burgers neemt toe (WMO-raden e.d.), de participatie in de samenleving stagneert.

á       Ook burgerorganisaties hebben kwetsbare groepen te weinig in het vizier.

 

Wat moet er gebeuren? De onderzoekers van Movisie pleiten voor een perspectiefwisseling. Gemeenten en professionele instellingen moeten de civil society concreet versterken in plaats van de civil society voortdurend te vragen om te participeren in beleid. Ten tweede moet er een nieuw WMO-offensief starten voor:

á       meer sociale investeringen door maatschappelijke organisaties, met name voor kwetsbare groepen;

á       meer verantwoordelijkheid van burgers voor hun leefomgeving (en condities scheppen dat ze die verantwoordelijkheid ook echt kunnen nemen);

á       publiciteit over de essentie van de WMO (geen zorgwet maar participatiewet).

 

Het Trendrapport: de uitvoering van de WMO in beeld is te bestellen via www.movisie.nl. De prijs is 19 euro. Het rapport is niet te downloaden van internet.

 

 

ONVERZEKERDEN EN WANBETALERS IN DE ZORGVERZEKERKINGSWET

 

Het CBS heeft cijfers bekend gemaakt over de aantallen onverzekerden en wanbetalers in de Zorgverzekeringswet (ZVW). Eind 2007 waren er 240.000 wanbetalers, 26 procent meer dan een jaar daarvoor. Wanbetalers zijn mensen die wel verzekerd zijn maar zes maanden of langer geen premie hebben betaald. Onder mensen met een bijstandsuitkering en allochtonen is de stijging het grootst.

Het aantal onverzekerden is in 2007 licht gedaald (4 procent) tot 231.000 personen. Er was vooral een daling van onverzekerden onder allochtonen, hoewel die nog wel relatief vaker onverzekerd zijn dan autochtonen. Het aantal onverzekerde uitkeringsgerechtigden is laag. Dit komt doordat de meeste mensen met een bijstandsuitkering via hun gemeente collectief verzekerd zijn. Sommige gemeenten hebben geen collectieve verzekering afgesloten. Dit zijn vooral kleine gemeenten en/of gemeenten die niet mee willen werken aan de eis van veel zorgverzekeraars dat de premie rechtstreeks op de uitkering wordt ingehouden.

Er zijn 35.000 minderjarige kinderen onverzekerd.

In de vorige Rijp en Groen berichtten wij al over het Plan van Aanpak van minister Klink voor terugdringing van het aantal onverzekerden. Hij wil dit plan onverkort uitvoeren: doelgroepgerichte voorlichting en het actief opsporen en beboeten van onverzekerden.

Vanaf nu wil de minister de verzekerdenmonitor jaarlijks publiceren.

 

 

PROGRAMMA VERSTERKING POSITIE CLIENTEN IN DE ZORG

 

Begin dit jaar veegden cli‘ntenorganisaties de eerste voorstellen voor een Zorgconsumentenwet van tafel (zie Rijp en Groen 99). Het ministerie van VWS heeft inmiddels zijn huiswerk overgedaan en op 23 mei jl. is het programma ÔZeven rechten voor de cli‘nt in de zorg: investeren in de zorgrelatieÕ gepresenteerd. Het programma bevat een vracht aan voorstellen voor nieuwe wetgeving.

EŽn van de kritiekpunten van belangenorganisaties op het eerste voorstel was dat zij niet alle cli‘ntenrechten in ŽŽn wet willen onderbrengen; zij zien meer in het verbeteren van bestaande wetgeving. In het nieuwe programma wordt neutraal gesproken over ÔwetgevingÕ en laat het kabinet in het midden of er ŽŽn nieuwe wet komt of aanpassing van meerdere, bestaande wetten. (Die nuance is aan de afdeling voorlichting van VWS overigens niet besteed, want in het persbericht wordt gewoon gesproken over ŽŽn nieuwe wet.) Hoe dan ook, de planning staat wel vast: de nieuwe wetgeving moet voorjaar 2009 bij de Tweede Kamer liggen en per 1 januari 2011 in werking treden.

 

1. Het recht op beschikbare en bereikbare zorg

Het zorgaanbod in alle sectoren moet Ôvoldoende, gevarieerd en voldoende gespreidÕ zijn. In het  programma wordt het recht op continu•teit van zorg apart onderkend. Met de marktwerking lopen zorgaanbieders meer financi‘le risicoÕs en als een zorgaanbieder failliet gaat, kunnen cli‘nten ineens zonder zorg komen te zitten. De NZa gaat daarom de financi‘le positie van zorgaanbieders monitoren en de minister kan preventief ingrijpen als het mis dreigt te gaan.

 

2. Het recht op keuze en het recht op keuze-informatie 

Instellingen moeten kwaliteitsinformatie openbaar maken in hun Jaardocument Zorg. Dit doen zij aan de hand van de kwaliteits- of prestatie-indicatoren die per sector steeds verder worden ontwikkeld. Daarnaast werkt het Centrum Klantervaringen Zorg aan de CQ-instrumenten die betrouwbare en vergelijkbare informatie over cli‘ntervaringen moeten opleveren. Op onder meer www.Kiesbeter.nl    

 

 

kunnen cli‘nten dan instellingen met elkaar vergelijken. (De eerste CQ-vragenlijst voor de GGZ is die voor de ambulante zorg en wordt dit najaar verwacht.)

Er komt niet ŽŽn centraal fysiek informatie- en adviescentrum. Daar was eerder wel sprake van, maar cli‘ntenorganisaties hadden daar geen behoefte aan: er zijn al genoeg informatiecentra, steunpunten en meldpunten. Er komen wel maatregelen om informatie over behandelrichtlijnen, protocollen, zorgstandaarden, klachtenprocedures, enzovoort beter toegankelijk te maken voor cli‘nten.

Het recht op keuze-informatie wordt als een individueel afdwingbaar recht in de wet vastgelegd.

 

3. Het recht op kwaliteit en veiligheid

Volgens de wet heeft de zorgaanbieder de plicht om (kwalitatief) verantwoorde zorg te leveren. Dat blijft zo. Maar het omgekeerde wordt nu ook wettelijk vastgelegd: de cli‘nt krijgt een individueel afdwingbaar recht op kwaliteit en veiligheid.

Verder worden bestaande ontwikkelingen op het gebied van kwaliteitsindicatoren, richtlijnen en programmaÕs veilige zorg voortgezet. Onder het kopje stimulerende activiteiten staat ook nog: ÔOndersteuning van de inbreng van het pati‘ntenperspectief bij kwaliteitsverbetering door meerjarig subsidieprogramma PGO-organisaties.Õ Dit valt waarschijnlijk onder de tien miljoen extra die vanaf 2008 voor PGO-organisaties beschikbaar is. (Zie het artikel in deze Rijp en Groen over PGO-financiering en de GGZ)

 

4. Recht op informatie, toestemming, dossiervorming en privacy

Bij behandeling en onderzoek geldt al dat de cli‘nt recht heeft op goede informatie op grond waarvan hij toestemming kan verlenen of weigeren. Dit is vastgelegd in de WGBO. Dit recht wordt nu uitgebreid naar verpleging, verzorging en begeleiding. Elke cli‘nt in de langdurende zorg krijgt recht op een zorgplan of behandelplan, dat met hemzelf of zijn vertegenwoordiger is afgestemd.

Het recht op informatie over de rechtspositie wordt ook wettelijk vastgelegd. De zorgaanbieder moet cli‘nten ongevraagd informatie geven over klachtenregelingen en de wijze waarop medezeggenschap is geregeld. Daarnaast wordt het recht op informatie uitgebreid met het recht op informatie over gemaakte fouten die gevolgen hebben voor de cli‘nt.

 

5. Recht op afstemming tussen zorgverleners

Ook het recht op afstemming tussen zorgverleners wordt wettelijk vastgelegd. Als er meerdere zorgverleners zijn, kan de cli‘nt ieder van hen aanspreken op een goede afstemming en op het organiseren van goede nazorg. De zorgverleners moeten ook actief helpen zoeken naar een oplossing als ze het onderling niet eens zijn.

Net als in ziekenhuizen komt ook in de AWBZ en de eerstelijnszorg een centrale aansprakelijkheid. Het is dan altijd duidelijk waar een cli‘nt een schadeclaim kan deponeren, als er ÔergensÕ in de zorg iets mis gaat.

 

6. Recht op een effectieve en laagdrempelige klacht- en geschillenbehandeling

De verplichting van een onafhankelijke klachtencommissie in elke zorginstelling verdwijnt. In plaats daarvan krijgt elke instelling een klachtenfunctionaris of vertrouwenspersoon, die cli‘nten met klachten in een vroeg stadium kan ondersteunen om een oplossing te vinden (vergelijk met de Pati‘ntenvertrouwenspersoon).

De wijze van klachtopvang moet aansluiten op de doelgroep en moet worden vastgelegd in een klachtenregeling. De cli‘ntenraad moet met de klachtenregeling instemmen. De instelling moet de ervaringen van cli‘nten met klachtenafhandeling openbaar maken.

Als een klacht binnen de instelling niet naar tevredenheid wordt opgelost, kan de cli‘nt naar een externe klachten- en geschillencommissie gaan. Daar moeten klagers Ôop een laagdrempelige, eenvoudige, snelle en goedkope wijze hun recht kunnen halenÕ. Deze commissie kan ook schadevergoedingen toewijzen tot een bedrag van 25.000 euro.

Ten slotte blijven de mogelijkheden om naar een civiele rechter (bijvoorbeeld voor schadevergoedingen meer dan 25.000 euro), een strafrechter of tuchtrechter te stappen gewoon bestaan.

 

7. Recht op medezeggenschap en goed bestuur

De nota maakt onderscheid tussen twee vormen van medezeggenschap:

A.   Medezeggenschap rond zaken die de persoonlijke levenssfeer van cli‘nten raken: voeding,

      veiligheid, recreatiemogelijkheden, maar ook kwaliteit van zorg.

B.     Medezeggenschap rond zaken van financi‘le, beleidsmatige of strategische aard: begrotingen,

fusies, nieuwbouw, enzovoort.

 

Verblijfsinstellingen en activiteitencentra worden verplicht decentrale cli‘ntenraden (locatieraden) in te stellen met bevoegdheden onder A. In intramurale ziekenhuizen en AWBZ-instellingen komen centrale cli‘ntenraden met bevoegdheden onder B. Alleen bij Ôenkelvoudige organisatiesÕ, zeg maar kleine organisaties waarin alles in ŽŽn gebouw zit, komen cli‘ntenraden met bevoegdheden onder A en B. Voor extramurale AWBZ-zorg zal een cli‘ntenraad op centraal niveau volstaan, ook met bevoegdheden onder A en B. In de eerstelijnszorg zal een cli‘ntenraad niet verplicht zijn.

Er wordt nog bezien of voor besluiten die de persoonlijke levenssfeer raken (A) het verzwaard adviesrecht vervangen kan worden door een instemmingsrecht. Een vetorecht voor cli‘ntenraden is niet aan de orde, want Ôbestuurders moeten kunnen blijven besturenÕ.

 

Er komt ook eindelijk een wettelijke regeling voor financiering van cli‘ntenraden. Cli‘ntenraden dienen jaarlijks een begroting en werkplan in bij de zorgaanbieder. Een lokale cli‘ntenraad kan dat zelf doen of kan de centrale cli‘ntenraad vragen dat namens hen te doen. Desgevraagd moet de zorgaanbieder in ieder geval middelen beschikbaar stellen voor Ôvergoeding voor de voorzitter, vergaderfaciliteiten, reiskosten externe vergaderingen, scholing, ondersteuning, inhuur expertise of van een lidmaatschap van een cli‘ntenorganisatieÕ. (Die kromme formulering aan het eind van de zin is van VWS. Betekent dit nu dat een cli‘ntenraad straks het lidmaatschapsgeld van LOC-LPR – of een andere organisatie – op de begroting kan zetten?)

Bij conflicten over de inrichting van medezeggenschap of over het toegekende budget kan de cli‘ntenraad zich wenden tot de landelijke commissie van vertrouwenslieden. Er wordt nog gekeken of die commissie meer bevoegdheden moet krijgen.

Het recht van cli‘ntenraden om iemand voor de Raad van Toezicht voor te dragen vervalt. De minister vindt dit recht niet stroken met de eis dat leden van een Raad van Toezicht onafhankelijk moeten zijn.

 

Reacties

Reacties op het programma ÔZeven rechtenÉÕ staan onder meer op de websites van LOC-LPR, CGRaad en NPCF. Deze reacties zijn over het algemeen positief. Er worden wel kanttekeningen geplaatst. De LOC-LPR pleit voor een instemmingsrecht voor cli‘ntenraden, ook voor belangrijke besluiten rond fusies e.d.  De CG-raad constateert dat het programma helemaal niet ingaat op rechten van cli‘nten ten opzichte van de zorgverzekeraar.

Het programma zelf is te vinden op www.minvws.nl onder kamerstukken van 23 mei 2008. 

 

 

ZORGZWAARTEPAKKETTEN

 

Dit voorjaar heeft Kwadraad in opdracht van het Landelijk Platform GGZ een voorlichtingstraject uitgevoerd over zorgzwaartepakketten in de GGZ. Hierbij werkte Kwadraad samen met diverse landelijke en regionale cli‘nten- en familieorganisaties. De voorlichting was gebaseerd op voorlichtingsmateriaal van de LOC en de overheid. Bij afronding van het  traject heeft Kwadraad hier twee documenten aan toegevoegd:

¥    Extra informatie voor de doelgroep GGZ bij voorlichting zorgzwaartepakketten,

¥    Zorgzwaartepakketten: knelpunten en aanbevelingen vanuit cli‘nten- en familieperspectief GGZ.

Beide documenten zijn te vinden op www.kwadraad.info (zie onder publicaties).

 

MEE Nederland heeft kort geleden een nieuw knelpunt rond de zorgzwaartepakketten gesignaleerd. Instellingen hebben baat bij veel cli‘nten met zware, dure pakketten. In de gehandicaptenzorg zouden sommige instellingen cli‘nten met een goedkoop pakket weigeren, andere instellingen zouden cli‘nten aansporen om een zwaarder pakket te eisen. Het is (ons) niet bekend of dit soort praktijken zich ook in de GGZ of maatschappelijke opvang voordoen.

 

 

KABINET PRESENTEERT TOEKOMSTVISIE AWBZ

 

Het kabinet heeft zijn langverwachte standpunt over de toekomst van de AWBZ gepresenteerd. Op 2 juli a.s. debatteert de Tweede Kamer al over de plannen. Voor de lange termijn volgt het kabinet min of meer het SER-advies (zie Rijp en Groen 101). Voor de korte termijn wordt een aantal gemene bezuinigingen aangekondigd: eigen bijdragen voor ‡lle AWBZ-zorg en geen begeleiding meer die op participatie gericht is.

 

Zeker van Zorg, nu en straks heet de beleidsbrief. Het kabinet en staatssecretaris Bussemaker willen de AWBZ-zorg voor de toekomst veilig stellen door die weer te reserveren voor de oorspronkelijke doelgroep. Het gaat in hun woorden om Ômensen die langdurig of permanent niet in staat zijn zelfstandig richting te geven aan hun levenÕ. Alleen op die manier, zo vinden zij, kan de AWBZ op langere duur betaalbaar blijven en kan het solidariteitsbeginsel gehandhaafd blijven.

De laatste jaren heeft een geweldige groei van de AWBZ plaatsgevonden. Een deel van deze groei betreft mensen die volgens Bussemaker eigenlijk niet in de AWBZ thuis horen. Zij wijst vooral op bepaalde groepen jongeren, PGB-houders en jonge PGB-houders.

 

Korte termijn: bezuinigingen

Er blijft dus een AWBZ bestaan. Dat is al heel wat. Maar de groep mensen die aanspraak kan doen op die AWBZ wordt wel een stuk kleiner. Op korte termijn wordt al gesnoeid in het pakket.

 

De functies ondersteunende begeleiding (OB), activerende begeleiding (AB) en behandeling zullen worden samengevoegd tot twee functies: begeleiding en behandeling. In de praktijk betekent dit dat wat nu AB is, zal worden opgesplitst tussen begeleiding en behandeling. (Een voorbeeld: speltherapie wordt nu soms onder de noemer AB verleend, ook als het een integraal onderdeel is van een behandelplan. Dit wordt straks dus gewoon behandeling.)

De functie begeleiding zal vanaf 2009 alleen nog gelden voor begeleiding met de doelstelling ÔzelfredzaamheidÕ en niet meer met de doelstelling ÔparticipatieÕ. Voorbeelden van begeleiding die uit de AWBZ verdwijnen zijn: begeleiding bij naar school gaan, bij vrijetijdsbesteding, bij uitstapjes en kerkgang. Deze maatregel wordt in de komende periode nader uitgewerkt. Dan zal ook bekeken worden wat de gevolgen zijn voor gemeenten en voor andere partijen, zoals de jeugdzorg en onderwijsinstellingen. Die zullen een deel van de begeleiding moeten overnemen, maar hoe of wat blijft nog erg vaag.

Het is de vraag of de nieuwe scheidslijn (zelfredzaamheid tegenover participatie) in de praktijk zo helder is. Leidt dit tot de glasheldere polis die Bussemaker zo graag wil? Het tweede probleem is dat Bussemaker een grote groep mensen uit de AWBZ zet, maar nog niet kan aangeven waar die mensen straks voor hulp kunnen aankloppen (gemeente, jeugdzorg, de school, familie,vrienden?). Je gooit een ei in de lucht en moet nog op zoek naar iemand die het wil opvangen. Dat kennen we al van de voormalige ZOM-gelden en de ZVP-GGZ subsidieregeling.

 

De grondslag psychosociaal verdwijnt eveneens uit de AWBZ. Dit gold al vanaf 2008 voor de ondersteunende begeleiding in uren, dat gaat vanaf 2009 ook gelden voor ondersteunende begeleiding in dagdelen (groepsbegeleiding) en persoonlijke verzorging. De grondslag psychosociaal heeft vooral betrekking op dak- en thuislozen. In dit geval is wel helder wie de zorg overneemt. Gemeenten moeten deze groep ondersteuning bieden in het kader van de WMO. Zij zullen ook gecompenseerd worden voor de extra taken die zij nu krijgen.

 

Er komen specifieke maatregelen om het AWBZ-gebruik door jongeren met een licht verstandelijke handicap of psychiatrische problematiek aan banden te leggen. Er komt een protocol voor wat onder de AWBZ en wat onder jeugdzorg valt. Ook zal gewerkt worden aan meer uniformiteit in de indicatiestelling door Bureaus Jeugdzorg. Bussemaker zal Ônormen voor gebruikelijke zorgÕ vaststellen die onderwijs en jeugdzorg geacht worden te leveren aan kinderen met problemen. Dergelijke normen voor gebruikelijke zorg bestaan al voor mantelzorgers.

 

Langere termijn: overheveling onderdelen AWBZ naar WMO en ZVW

Bovengenoemde maatregelen gelden voor de korte termijn. Bussemaker beseft dat op de langere termijn meer nodig is om tot een glasheldere polis te komen, maar ze weet nog niet wat. Er komt nader onderzoek naar de positionering van de AWBZ ten opzichte van de curatieve zorg, gemeentelijke voorzieningen, arbeidsparticipatie, jeugdzorg en onderwijs.

Binnen deze kabinetsperiode komen er ook nieuwe pilots om na te gaan of nog meer welzijnsachtige onderdelen van de AWBZ overgeheveld kunnen worden naar de gemeenten. Besluitvorming hierover zal pas na de evaluatie van de WMO – eind 2009 – plaatsvinden.

 

De subsidie voor MEE-organisaties blijft voorlopig onder de AWBZ vallen. Besluitvorming over de subsidieregeling vindt ook pas plaats na de evaluatie van de WMO. Over cli‘ntondersteuning ggz wordt niets gezegd in het beleidsdocument. Als het goed is wordt daar eind dit jaar wel meer over bekend, want dan wordt de samenwerking tussen gemeenten en MEE-organisaties ge‘valueerd; een betere afstemming met cli‘ntondersteuning ggz is een van de doelstellingen van de samenwerkingsafspraken.

 

 

Per 2010 wordt de reactiveringszorg naar de Zorgverzekeringswet (ZVW) overgeheveld. Dit is de zorg die vaak volgt op een ziekenhuisopname, die gericht is op herstel (in de zin van genezing) en kortdurend is. Parallel onderzoekt de staatssecretaris of er meer overgeheveld kan worden naar de ZVW. Daarbij is uitdrukkelijk de mogelijkheid in beeld dat Ôverlengd verblijfÕ (na 365 dagen) in onder meer de GGZ zal worden overgeheveld. De SER sprak in dit verband van herstelgerichte zorg (opnieuw in de zin van op genezing gerichte zorg), maar Bussemaker wil waarschijnlijk verder gaan. Zij wijst er op dat in de ZVW al zorg is opgenomen die langdurig is en niet noodzakelijk tot herstel leidt.

 

Persoonsvolgende bekostiging

De staatssecretaris zet een aantal stappen in de richting van persoonsvolgende bekostiging, maar wil niet de hele weg gaan.

Vanaf 2011 zal ook de extramurale AWBZ-zorg bekostigd worden aan de hand van zorgzwaartepakketten; dit jaar wordt al gestart met het ontwikkelen van die pakketten. Het principe van een zorgzwaartepakket is dat bij de indicatiestelling de zorgzwaarte wordt vastgesteld en dat daar een prijskaartje aan wordt gekoppeld. Hoe meer zorg iemand nodig heeft, hoe zwaarder het pakket en hoe duurder het prijskaartje. De instelling waar de cli‘nt in zorg komt ontvangt het bij het zorgzwaartepakket behorende geldbedrag. Zorgzwaartepakketten zijn er nu al voor AWBZ-zorg met functie verblijf.

De staatssecretaris gaat echter niet zo ver dat individuele cli‘nten ook volledig vrij worden in hun keuze van een zorgaanbieder: ÔKwetsbare groepen zijn niet altijd of niet altijd voldoende in staat tot zelfsturing.Õ Zij blijft ook vasthouden aan centrale zorginkoop door zorgkantoren en aan de regionale contracteerruimtes.

De uitvoering van de AWBZ ligt nog zeker drie jaar bij de zorgkantoren. Deze taak gaat dus voorlopig niet naar de zorgverzekeraars, zoals het vorige kabinet van plan was en zoals de SER het ook wilde.

 

Eigen bijdragen voor ‡lle AWBZ-zorg, ook begeleiding

Er komt een eigen bijdrage voor de nieuwe functie begeleiding met ingang van 1 januari 2009. Het idee is dat deze maatregel niet alleen besparingen oplevert, maar mensen ook kritischer dwingt te kijken naar hun gebruik van zorg.

De consequenties van deze maatregel zijn nog onbekend. De staatssecretaris moet nog onderzoek doen naar de inkomensgevolgen, de opbrengsten en de (uitvoerings)kosten.

Het is opnieuw een half uitgewerkte maatregel die het kabinet presenteert.

 

Scheiden wonen en zorg

Zorg en wonen worden verder gescheiden, waardoor een grotere diversiteit aan woonvormen mogelijk wordt.

Allereerst wordt vanaf 2009 de regeling ÔVolledig Pakket ThuisÕ uitgebreid. Deze regeling maakt het mogelijk dat mensen met een indicatie voor verblijf de zorg toch thuis of in een kleine woonvoorziening ontvangen.

Verder wordt het bouwregime afgeschaft. Dat heeft te maken met ingewikkelde regelgeving die verdwijnt, waardoor instellingen meer vrijheid krijgen (en meer risico gaan dragen) voor wat en hoe ze bouwen.

 

Gezamenlijke reactie van cli‘ntenorganisaties

Wat vinden belangenorganisaties van cli‘nten van al deze plannen? Op de verschillende sites was het lange tijd stil, maar achter de schermen werd overlegd. Op 26 juni kwam een gezamenlijke verklaring uit van alle belangrijke cli‘ntenorganisaties; een prestatie op zich als je bedenkt hoe verdeeld de pati‘ntenbeweging in het verleden vaak ik geweest.

De belangenorganisaties zijn blij dat de AWBZ behouden blijft voor langdurige zorg aan mensen die als gevolg van ziekte of handicap voortdurende beperkingen in hun dagelijks leven hebben; daarmee wordt volgens hen een einde gemaakt aan een slepende stammenstrijd. Tegelijk constateren ze tal van onduidelijkheden in de kabinetsbrief, die tot onrust leiden bij cli‘nten. Vervolgens geven zij in tien kernpunten hun eigen visie weer voor een goede toekomst van de AWBZ.

De reactie van de cli‘ntenorganisaties gaan wij hier niet samenvatten. Het stuk is vele malen korter, helderder en concreter dan de brief van het kabinet. Dus lees het vooral zelf.


Reactie van het Landelijk Platform GGZ

Het Landelijk Platform GGZ heeft ook een eigen reactie op de plannen naar de staatssecretaris gestuurd. De hoofdlijnen van die reactie zijn:

á       Het Platform maakt zich zorgen over het aanscherpen van de aanspraken in de AWBZ, bijvoorbeeld als het gaat om Ondersteunende Begeleiding van kinderen, het PGB als volwaardig alternatief voor zorg in natura, en de gevolgen voor de sociale pensions als de grondslag psychosociaal uit de AWBZ wordt gehaald.

á       De ACT- en FACT-teams dienen behouden en uitgebreid te worden binnen de AWBZ.

á       Goede cli‘ntondersteuning GGZ binnen en buiten de AWBZ moet gestimuleerd worden.

á       Aandacht voor respijtzorg voor mantelzorgers van psychiatrische pati‘nten.

á       Intensivering van de voorlichting over de veranderingen in de GGZ.

á       Meeweging van het visiedocument op de langdurige zorg voor de GGZ, dat door GGZ Nederland wordt ontwikkeld en in het najaar aan de minister zal worden aangeboden.

De brief van het Platform is vanaf vandaag te vinden op www.platformggz.nl.

 

Geen van de landelijke belangenorganisaties rept over de eigen bijdragen.

Vier jaar geleden kondigde een vorig kabinet Balkenende ook eigen bijdragen aan voor ondersteunende en activerende begeleiding. Cli‘nten- en familieorganisaties reageerden toen furieus. De manifestatie ÔHet moet niet gekker wordenÕ trok duizenden mensen naar het Malieveld en de maatregel werd ingetrokken. Toen was het vanzelfsprekend dat we in actie kwamen en dat die actie tot succes leidde.

Nu blijft het heel stil.

 

Peiling VOICE en LFOS

Voice en LFOS zijn gestart met een korte peiling onder hun deelnemers en leden. Doel is zicht te krijgen op de mate waarin RCOÕs en ongebonden schilvoorzieningen in hun financiering beperkt gaan worden door de voorgenomen maatregelen. In de volgende Rijp en Groen zullen we hierover rapporteren.

 

Meer informatie

De kabinetsbrief staat op www.minvws.nl onder kamerstukken van 13 juni 2008. De pakketmaatregelen in de AWBZ staan in een apart kamerstuk (zelfde datum).

De reactie van belangenorganisaties staat op www.npcf.nl onder Ômeer nieuwsÕ.

 

 

TOEKOMSTIGE PGO FINANCIERING EN DE GGZ

 

Op 19 juni vond het eerder uitgestelde kamerdebat plaats over de toekomstige financiering van landelijke pati‘nten- en gehandicaptenorganisaties.

Het landelijk Platform GGZ heeft een intensieve lobby gevoerd voor een meer volwaardige positie in het landelijke krachtenveld. Het constateert in een persbericht d.d. 20 juni dat die lobby succesvol is geweest.

 

Superkoepel

De landelijke belangenbehartiging PGO zal worden ondergebracht in een superkoepel met een zogenaamde vijf kamer structuur. De GGZ krijgt, samen met het Platform Verstandelijk Gehandicapten (VG), een Ògelijkwaardige en nevengeschikteÓ positie; naast chronisch zieken, mensen met een beperking, zorgconsumenten en ouderen.

 

Geen boter bij de vis

Voor de positieverbetering van de sectoren GGZ en VG bleek een kamerbrede steun te zijn. Echter: dit werd door minister Klink niet beloond met een extra budgetverhoging voor het Platform GGZ. Klink:

ÒIk vind het van belang dat PGO-organisaties ondernemerschap ontwikkelen en goede meerjarenplannen gaan indienenÓ.

 

Nieuwe wijn in oude zakken?

Voor Voice en de RCOÕs, die nu juist het ondernemerschap stimuleren met het project ÒEerste Hulp Bij Onafhankelijkheid (EHBO)Ó levert de nieuwe systematiek vooralsnog geen nieuwe kansen op.

Immers, de voorwaarden van het fonds PGO om in aanmerking te komen voor een project- of instellingssubsidie, die ook gelden voor de extra subsidie van 30.000 Euro die Klink in 2008 ter beschikking stelt per PGO organisatie, blijven vooralsnog ongewijzigd. De nieuwe systematiek is gericht op verbinding (samenwerking) en versterking (professionalisering), maar sluit voorlopig ÒnieuwkomersÓ als Voice en haar deelnemers, die juist aan deze doelen werken, uit.

SP- fractielid Leijten sloot aan op de brief die Voice hierover al eerder naar de Kamer stuurde. Hij noemde het plan onvoldragen en een Òone size fits all formuleÓ. Het doet geen recht aan de diversiteit en problematiek van het hele PGO veld. Een criterium dat bij de subsidietoekenning meegewogen wordt is het aantal leden per organisatie. Het ledenaantal is echter niet indicatief voor het bereik van de achterban. Leijten eiste een verkenning waarin het beleid met betrekking tot ledenaantal, achterban en representativiteit cijfermatig wordt verduidelijkt. Klink zegde zoÕn verkenning toe.

 

Maak het zichtbaar!

Een vertegenwoordiging van RCOÕs had begin juni een gesprek met een aantal ambtenaren van het ministerie van VWS over het ontbreken van een (structurele) financieringssystematiek voor de RCOÕs en Voice. RCO de Hoofdzaak had een productenboek meegenomen, het Basisberaad Rijnmond haar jaarverslag 2007-werkplan 2008. Met behulp van de binnen het EHBO project ontwikkelde ÒfinancieringstaartÓ werd zichtbaar gemaakt aan de ambtenaren welke enorme verschuivingen er tussen 2004 en 2007 hebben plaatsgevonden in de financiering van RCOÕs.

Duidelijk werd dat RCOÕs op regionaal niveau een belangrijke rol spelen in de levensbrede ondersteuning en belangenbehartiging van hun achterban, conform de beoogde werking van de WMO. Anderzijds is er (nog) geen financieringsmodel waarmee deze rol kan worden ondersteund en versterkt.

Bedoeling is dat er na de vakantieperiode een tweede gesprek met VWS plaatsvindt.

 

 

ZWERFJONGEREN IN DE PICTURE

 

In januari 2008 ging een schok door Nederland. Uit het rapport ÔOpvang zwerfjongeren 2007Õ van de Algemene Rekenkamer bleek dat er in Nederland zoÕn 6000 zwerfjongeren zijn. Jonge, kwetsbare mensen met veel problemen die op straat of in de opvang leven. Ze hebben geen fijn thuis, geen zicht op een goede toekomst en ze kunnen niet onbekommerd jong zijn.

 

Definitie

Er worden door gemeentes verschillende definities gebruikt als het om zwerfjongeren gaat. Dit maakt dat je de cijfers niet eenduidig kunt interpreteren. Het ministerie beveelt aan de volgende eenduidige definitie te gebruiken.

ÒZwerfjongeren zijn jongeren tot 25 jaar met meervoudige problematiek, die dakloos zijn of in de opvang verblijven.Ó

 

Algemeen overleg in de Kamer

In april en mei heeft de Vaste Kamercommissie van VWS algemeen overleg gehad over zwerfjongeren. Hier werd wederom geconstateerd dat er nog veel moet gebeuren om deze problematiek de baas te worden. De volgende zaken zijn reeds in gang gezet:

á       Handreiking ÔAanpak zwerfjongerenbeleidÕ.

á       Pilotproject ÔTijd voor zwerfjongerenbeleidÕ.

á       Klankbordgroep zwerfjongeren, met SGBO, Federatie Opvang, Movisie en Stichting Zwerfjongeren Nederland.

á       Provincies worden aangespoord in hun beleid aandacht te hebben voor zwerfjongeren.

 

Vooroordelen

Zwerfjongeren worden vaak weggezet als kleine criminelen die de dakloosheid aan zichzelf te danken hebben. Of ouders krijgen de schuld. De werkelijkheid is natuurlijk genuanceerder. Niet alle zwerfjongeren maken zich schuldig aan criminele activiteiten! Veel jongeren hebben psychiatrische problemen waar geen aandacht voor is. Passen bijvoorbeeld zelfmedicatie middels drugs toe voor hun onbehandelde psychiatrische problemen. Kinderen groeien soms op bij ouders die de opvoeding niet aan kunnen. Niet uit onwil, maar omdat zij vaak zelf te kampen hebben met psychiatrische problemen of een verslaving. Ook de wachtlijsten in de jeugd GGZ, hoge schooluitval, de mogelijkheid om al jong hoge schulden te maken en een gebrekkig sociaal vangnet maken dat veel jongeren in de problemen kunnen komen.

 

 

 

 

 

Kwetsbaar in de volwassen opvang

Zwerfjongeren komen ook in de volwassen Maatschappelijke Opvang terecht. Daar zijn zij moeilijk opgewassen tegen misbruik, drugsgebruik en meer van dit soort zaken. Het is erg moeilijk om weer

uit de Opvang te komen. De kwetsbare kinderen van vandaag zijn de zwerfjongeren van morgen, zijn de daklozen van overmorgen.

 

Zwerfjongeren betrekken

Het zou al een hele stap voorwaarts zijn als volwassen mensen die verstand hebben van de Maatschappelijke Opvang voldoende worden betrokken bij het totstandkomen van beleid op gemeentelijk niveau. Op steeds meer plaatsen gebeurt dit gelukkig al. Zo zijn er mensen met cli‘ntervaring in de Maatschappelijke Opvang actief in WMO-raden, bij initiatiefgroepen van het Programma Lokale Versterking en heeft het Programma Lokale Versterking een actieve Landelijke Klankbordgroep die serieus wordt genomen.

Je kunt je afvragen of het wenselijk is dat zwerfjongeren in dezelfde organen als volwassenen gaan participeren.  Waarschijnlijk voelen zij zich hierin niet op hun gemak. Er zal dus gezocht moeten worden naar andere manieren om de stem van zwerfjongeren aan bod te laten komen. Bijvoorbeeld door langs te gaan bij een opvangvoorziening voor zwerfjongeren om te vragen waar jongeren tegenaan lopen en wat er volgens hen verbeterd zou moeten worden. Vaak hebben zij hier zelf hele goede en logische idee‘n over. Maar deze idee‘n worden onvoldoende gehoord, gevraagd en gebruikt. Jongeren die dakloos zijn hebben bovendien veel problemen aan hun hoofd waardoor ze niet altijd ruimte hebben om met participatie bezig te zijn. Ze zijn drukdoende te overleven en traumaÕs te verwerken, waar vaak onvoldoende aandacht voor is. Jongeren vluchten in drugs en andere zaken om te ontsnappen aan de pijn uit het verleden en het heden. Ook minister Rouvoet roept op tot meer jongerenparticipatie. Het is aan de praktijk om dit eindelijk eens serieus op te pakken.

 

Stedelijk Kompassen

Inmiddels hebben gemeentes Stedelijk Kompassen ontwikkeld waarin meerjarenbeleid staat voor de Maatschappelijke Opvang. Een van de doelen van de Stedelijk Kompassen is om dakloosheid terug te dringen. Kompassen moeten ook voldoende aandacht besteden aan de zwerfjongerenproblematiek. Belangrijk hierbij is een sluitende ketenaanpak met aandacht voor  preventie /signalering/ opvangvoorzieningen/ hulpverlening/ begeleiding en vervolgtrajecten en nazorg. Niet alle gemeentes zijn hier voldoende aan toe gekomen. De kwaliteit van de Kompassen is erg wisselend. Het is voor sommige gemeentes een vrij nieuw terrein waar zij zich op een dergelijke manier in begeven. Niet overal is de stem van cli‘nten voldoende betrokken in het totstandkomen van de Kompassen.

 

Participatie

Hier ligt dus nog een belangrijke taak voor cli‘ntenorganisaties! Zij kunnen cli‘nten, WMO-adviesraden en initiatiefgroepen ondersteunen in het geven van steekhoudende input. Ook ligt er een belangrijke taak op het gebied van draagvlak cre‘ren. Immers, niet alle gemeentes zien reeds het nut van vroegtijdig betrekken van cli‘nten in hun beleidsplannen.  Er wordt nog steeds gedacht dat cli‘nten dit niet kunnen, cli‘nten geen toegevoegde waarde zouden hebben bij beleidsplannen. En nog meer van dit soort vooroordelen. In de praktijk blijkt echter dat juist het vroegtijdig betrekken van cli‘nten onontbeerlijk is om te komen tot goede plannen. Immers wie zijn de deskundigen? De meeste ambtenaren hebben het geluk nooit dakloos te zijn geweest.

 

Aan de slag!

Wat volwassenen al wel kunnen doen is de belangen van de zwerfjongeren agenderen en bewaken dat hier voldoende aandacht voor is. De zwerfjongeren en hun ouders zijn niet georganiseerd. Het is dus aan andere belangenorganisaties om hier aandacht voor te vragen! Programma Lokale Versterking is bezig met het ontwikkelen van werkwijzen om meer aandacht voor de belangen van jongeren te kunnen hebben. Houd dus de website in de gaten. 

 

Veel informatie over zwerfjongeren is te vinden bij:

www.zwerfjongeren.nl  en www.zwerfnet.nl; beiden van Stichting Zwerfjongeren Nederland.

 

Jenny de Jeu

Projectmedewerker Programma Lokale Versterking

www.lokaleversterking.nl  

 

 

 

 

RIJP EN GROEN EN DE VAKVERENIGING VOOR ERVARINGSWERKERS IN EN OM DE GGZ (VvE)

 

Mij is door de redactie gevraagd iets te schrijven voor Rijp en Groen.

Aanvullende condities: maximaal ŽŽn A-4tje en het moet vooral ÒprikkelendÓ zijn.

Nou, dat is niet tegen dovemans oren gezegd!

 

Eerst even voorstellen

De VvE is een onafhankelijke ÒclubÓ met 2 hoofddoelstellingen:

1.         Als beroepsvereniging: Kwaliteitsverbetering van het beroep Ervaringswerker/ Ervaringsdeskundige, onder andere door middel van gekwalificeerde en gecertificeerde opleidingen.

2.         Als vakbondachtige vereniging: uniformering van functiebeschrijvingen van Ervaringswerker/ Ervaringsdeskundige, inclusief opname in het FWG systeem en uniformering van rechtspositionele aanstellingsvoorwaarden.

De VvE probeert haar doelstellingen te bereiken als ÒBruggenbouwerÓ en niet als ÒPolarisator.Ó

 

De knuppel in het hoenderhok

Wat mij nou zo is opgevallen de afgelopen jaren: er zijn zoveel ÒbelangenbehartigersclubsÓ binnen de GGZ wereld en er wordt zo slecht samengewerkt! Daar wil ik het best eens over hebben. Daar gaat de knuppel in het hoenderhok!

ÒWeÓ , het werkveld inclusief pati‘nten/cli‘ntenorganisaties, verwijten Òde GGZÓ wel eens een bastion te zijn.

Maar steek nou de hand eens in eigen boezem! Er is een spreekwoord Òde pot verwijt de ketelÓ. Op congressen en symposia is het soms hemelschreiend om te zien hoe zeer de Òbelangenbehartigers-clubsÓ elkaar de loef proberen af te steken! Soms lijkt het er op dat het meer om het bestaan van de koepels gaat in plaats van effectief de belangen van de respectievelijke achterbannen te behartigen.

Ook in ÒonsÓ werkveld worden bastions in stand gehouden. Hoe valt het anders te verklaren dat er zo weinig samenwerkingsverbanden binnen de Òcli‘ntenbewegingÓ tot stand komen anders dan strategische allianties?

De koepels praten, overleggen, schrijven notaÕs. Heel indrukwekkend allemaal - zal best nodig zijn - maar zet dat zoden aan de dijk voor de mensen waarover het zou moeten gaan? De (ex) pati‘nten/cli‘nten die een betere behandeling willen of uitzicht op een kwalitatief beter leven?

 

De VvE gaat voor resultaat. Zoekt de GGZ branche op, zoekt de dialoog. Zoekt op die manier naar verbetering.  De VvE is onafhankelijk en staat open voor samenwerking en uitwisseling. Niet zelf het wiel willen uitvinden. Dat kan niet van elke zich pati‘nten-/cli‘ntenbeweging noemende organisatie worden gezegd.

Ik zoek de uitdaging: overtuig mij van het tegendeel! Beschouw dit maar als een column.

 

Zo prikkelend genoeg?

 

Fred Verdouw

Medeoprichter en Kernteamlid van de VvE

 

 

NIEUWS VAN VOICE

 

Bovenregionale voorlichtingsbijeenkomsten over de overheveling GGZ

In samenwerking met Kwadraad organiseert Voice in het najaar van 2008 zeven bovenregionale voorlichtingsbijeenkomsten over de veranderingen die de overgang van het groot deel van de GGZ van de AWBZ naar de Zorgverzekeringswet per 1-1-2008 teweeg brengen.

De bijeenkomsten vinden plaats bij RCOÕs en bestaan uit twee gedeeltes:

á       Een voorlichtingsdeel waarin informatie wordt gegeven over de veranderingen met behulp van landelijk opgeleide voorlichters en informatiemateriaal van VWS.

á       Een discussiegedeelte waarin deelnemers in gesprek gaan met een zorgverzekeraar en een zorgaanbieder uit de regio.


De bovenregionale bijeenkomsten vinden plaats in de eerste 3 weken van november en worden als volgt uitgevoerd.

Provincies Groningen, Friesland en Drenthe: Stichting AanZet Friesland.

Provincies Gelderland en Overijssel: Zorgbelang Gelderland.

Provincie Utrecht: Steunpunt GGZ Utrecht.

Provincies Noord Holland en Flevoland: RCO de Hoofdzaak.

Provincies Zuid Holland: CBB Dordrecht e.o.

Provincies Noord Brabant en Zeeland: RCO Eindhoven en de Kempen.

Provincie Limburg: Huis van de Zorg, Limburg.

De betreffende RCOÕs organiseren de bijeenkomsten in overleg met hun collega RCOÕs in de regio.

Wordt vervolgd!

 

Project Eerste Hulp Bij Onafhankelijkheid (EHBO) evalueert eerste half jaar 2008

Voice evalueert op dit moment het eerste half jaar 2008 van het EHBO project ten behoeve van de subsidiegever, het VSBfonds. Dat gebeurt met de deelnemers aan het project, in de projectgroep en in het projectteam.

In de volgende Rijp en Groen een uitgebreid verslag van het eerste half jaar van het project in 2008.

 

Samenwerkingsverband Cli‘ntenbond-Voice

In de vorige Rijp en Groen beloofden we een artikel over de plannen van het samenwerkingsverband.

Dit artikel is uitgesteld tot het najaar. Enerzijds omdat in deze Rijp en Groen het actuele nieuws van het landelijke front schreeuwt om voorrang. Anderzijds zijn de plannen van het amenwerkingsverband nog volop in ontwikkeling en hebben de tijd nodig om uit te kristalliseren.

Cli‘ntenbond en Voice ontmoetten elkaar al op een feestelijke Algemene Leden Vergadering van de Cli‘ntenbond op 6 juni jongstleden in het Vechthuis te Utrecht. Daar werd Anneke Bolle, lid van de Cli‘ntenbond, geridderd voor haar vele verdiensten in de belangenbehartiging GGZ op lokaal, regionaal, nationaal en internationaal niveau.

 

 

NIEUWS UIT DE REGIO

 

Personeelswisseling bij het Steunpunt GGZ Utrecht

Marja de Ruiter, cošrdinator bij het Steunpunt GGZ Utrecht, vertrekt aldaar in het najaar van 2008. Dat kondigde ze al aan in het jubileumnummer 100 van Rijp en Groen. En wat Marja in haar kop heeft, heeft ze niet in haarÉ.

Zij wordt als manager opgevolgd door Huub Beijers, die onder andere jarenlang directeur is geweest van het Basisberaad Rijnmond. Wij wensen hem alvast veel succes!

 

De WMO dat doe je zo! Deel 1.

De afdeling Beleid en Strategie van SoZaWe Rotterdam is bezig met een notitie waarin aangegeven wordt waar knelpunten en problemen liggen bij de overgang van de AWBZ naar de WMO. Zij hebben cli‘ntenorganisaties gevraagd daarvoor input te leveren.

Uit de brief van SoZaWe: ÒDe gemeente heeft nog niet helder op het netvlies wat ondersteunende begeleiding is. Als de gemeente denkt dat het om een kopje koffie voor de gezelligheid gaat, dan zal zij dat anders organiseren dan wanneer zij denkt dat het essenti‘le ondersteuning is om structuur in iemands leven aan te brengen. Daarbij komt dat de begeleiding aan heel veel verschillende mensen gegeven wordt. Elke casus die duidelijk maakt waar problemen voor welke mensen liggen, helpt om de gemeente op het juiste spoor te zetten.Ó

Deze pro actieve WMO inspraak verdient navolging!

 

De WMO dat doe je zo! Deel 2.

Uit de achterban van Voice komen van twee RCOÕs signalen dat ze er in geslaagd zijn om, in het kader van de WMO, meerjarenafspraken te maken met de gemeentes in hun regio voor de financiering van een aantal van hun diensten.

Het gaat om AanZet (Provincie Friesland) en Basisberaad Nijmegen en Rivierenland (Gelderland). De afspraken zijn vooralsnog mondeling en zouden gelden voor een periode van vier jaar.

In beide gevallen speelden de Centrumgemeenten (Leeuwarden en Nijmegen) een belangrijke rol.

In de volgende Rijp en Groen hopen we meer informatie te kunnen geven.

 

 

 

 

Spotlicht

Spotlicht maakt theaterproducties met en voor dak- en thuislozen.

In samenwerking met theater STUT in Utrecht wordt een nieuwe productie voorbereid.

Zij zoeken deelnemers die theater willen maken of zich bezig willen houden met andere zaken in dit project.

Ook is Spotlicht nog op zoek naar iemand die ervaring heeft met fondsen werven.

Neem contact op met:

Grada; 06-10531903 of grada2005@gmail.com

STUT; 030-2311801, www.stut.nl.

 

Verslavings Informatie Punt (VIP)

Het VIP in Warnsveld (Gelderland) is een project dat werkt voor, door en met ervaringsdeskundigen. Mensen die weten wat het is om alcohol afhankelijk te zijn. Het project is gericht op de ondersteuning van in eerste instantie jeugd en ouderen die de weg naar de hulpverlening nog niet gevonden hebben.

Daarnaast richt het steunpunt zich op preventie door voorlichting op scholen, ouderencentra en ouderenbonden, buurthuizen en gemeentes.

Meer informatie:

Gerrit Zwart (projectleider)

Rijksstraatweg 63

7231 AC Warnsveld

g.zwart@tactus.nl

www.vippunt.nl